hand-polsdokter
Dr. Petrus Van Hoonacker

Hier vindt u alle nodige informatie omtrent specifieke behandelingen van de hand en de pols. Gebruik het menu aan de linkerkant om de specifieke behandelingen te bekijken van de diagnose die bij u werd vastgesteld of download de PDF brochure.

Wat is handchirurgie ?

Onze handen gebruiken we op allerlei verschillende manieren. Handen helpen ons bij eten, kleden, schrijven, werken, creatief zijn, en vele andere activiteiten.

Om dit alles te doen, hebben onze handen gevoel en mobiliteit nodig, zoals beweging van gewrichten, glijden van pezen en samentrekken van spieren. Wanneer er zich een probleem in de hand voordoet, moet optimale behandeling gegeven worden aan alle verschillende weefsels die de complexe handfunctie mogelijk maken. Handchirurgie omvat de heelkundige en niet-heelkundige behandeling van aandoeningen en problemen die zich kunnen voordoen in de hand en het bovenste lidmaat.

In tegenstelling tot wat u misschien zou denken is handchirurgie een erg uitgebreide specialiteit. Vooreerst verzorgen handchirurgen de onmiddellijke behandeling van traumatische handletsels, zoals snijwonden en breuken, maar ook de reconstructie na vroegere letsels, aangeboren afwijkingen, osteoarthrose en arthritis, infecties en tumoren.

Ook de behandeling van zenuw– en peesproblemen in de hand wordt door handchirurgen gedaan. Microchirurgie wordt gebruikt om geamputeerde ledematen terug aan te zetten en voor moeilijke reconstructies.

Download PDF Brochure

Elke ingreep wordt uitgevoerd in de operatiezaal onder strikt steriele omstandigheden. U zal dus ook voor ingrepen aan de hand een operatiehemd krijgen en in bed naar de operatiezaal gebracht worden.

handchirurg speciale brilHandchirurgen gebruiken een speciale bril met vergroting om de ingreep optimaal uit te voeren en geen enkele van de delicate structuren in de hand te beschadigen.

Wat is een carpal tunnel syndroom ?

carpaal kanaalEen carpal tunnel syndroom is een aandoening die veroorzaakt wordt door verhoogde druk op een zenuw in de pols. Dit veroorzaakt verschillende symptomen, zoals voosheid, tintelingen en pijn in de hand en onderarm. Er is een ruimte in de pols die de “carpal tunnel” (of carpaal kanaal) genoemd wordt. In deze tunnel lopen de buigpezen van de vingers en een zenuw, de nervus medianus (tekening 1). Een carpal tunnel syndroom treedt op wanneer de druk in dit kanaal zodanig toeneemt dat de zenuwfunctie gestoord wordt, met voosheid, tintelingen en pijn in de hand als gevolg.

Oorzaken van een carpal tunnel syndroom

Druk op de zenuw kan op verschillende manieren veroorzaakt worden: zwelling van het slijmvlies rond de buigpezen, tenosynovitis genaamd; traumata (breuken of ontwrichtingen van de pols); gewrichtsontstekingen; … Verhoogde vochtopstapeling tijdens de zwangerschap kan ook zwelling veroorzaken in het carpaal kanaal met symptomen tot gevolg. Meestal verdwijnen de klachten na de bevalling. Bij mensen met schildklierproblemen, reuma en suikerziekte komt een carpal tunnel syndroom vaker voor. In de meeste gevallen wordt er echter geen duidelijke oorzaak gevonden.

Symptomen van een carpal tunnel syndroom

carpal tunnel syndroomEen carpal tunnel syndroom veroorzaakt gewoonlijk pijn, voosheid, tintelingen of een combinatie van deze drie. De voosheid en tintelingen treden meestal op in de duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger. Het meeste last is er ‘s nachts, doch ook bij bepaalde activiteiten tijdens de dag (rijden, typen, lezen, …) kunnen er symptomen optreden. Patiënten merken soms ook krachtsvermindering of onhandigheid, zaken laten vallen, op. Bij ernstige en chronische gevallen kan er een blijvend verlies van gevoel en kracht optreden.

Hoe wordt de diagnose gesteld ?

Het verhaal van de patiënt met een carpal tunnel syndroom is dikwijls al erg suggestief. Bij het onderzoek worden verder enkele tests uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Ook het gevoel en de kracht in de hand kunnen getest worden om de ernst van de afwijking te bepalen.

Om de diagnose te bevestigen kan een EMG aangevraagd worden. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een specialist in fysische geneeskunde of een neuroloog. Met elektronische apparatuur wordt de functie van de zenuwen in de arm erg nauwkeurig getest.

Behandeling van carpal tunnel syndroom

Verandering van de werksituatie, rust, dragen van een polsverband of medicatie kunnen de klachten dikwijls verbeteren. Ook een inspuiting met cortisone kan helpen om de klachten minstens tijdelijk op te lossen.

Vaak is echter een heelkundige ingreep nodig om de zenuw meer plaats te geven. De druk op de zenuw wordt weggenomen door het ligament dat boven het carpaal kanaal ligt, door te knippen (tekening 1). Nadien wordt de zenuw helemaal vrij gemaakt met de microscoop (neurolyse). Als er een belangrijke ontsteking is van de buigpezen van de vingers (tenosynovitis), dan wordt dit tezelfdertijd weggenomen. Deze ingreep gebeurt via een kleine incisie in de handpalm, onder plaatselijke of algemene anesthesie. De chirurg gebruikt ook een speciale bril met vergroting om de kans op complicaties te verminderen.

Verdoving:
*Bij een locale verdoving wordt door de chirurg zelf een inspuiting gegeven in de hand. Deze zal de zone waarin geopereerd wordt verdoven. Door de inspuiting is er zwelling waar geopereerd wordt, hetgeen de ingreep soms iets moeilijker maakt.

*Bij een plexus verdoving, of regionale verdoving wordt door de anesthesist een inspuiting gegeven in de oksel, waardoor de arm tijdelijk verlamd is. U voelt geen pijn meer en u blijft wakker tijdens de ingreep. De inspuiting kan wat onaangenaam zijn. De arm blijft na de ingreep nog meerdere uren verdoofd.

*Bij een algemene verdoving wordt medicatie toegediend die u doet inslapen. Dankzij het gebruik van nieuwere producten bent u onmiddellijk wakker na de ingreep en zijn er zelden nevenwerkingen.

Nazorg:
Na de ingreep wordt een verband aangelegd dat 2 weken dicht mag blijven. Nadien worden de hechtingen verwijderd en kan u uw hand terug normaal gebruiken.

De pijn en tintelingen zijn na de ingreep meestal snel voorbij. Het litteken kan wel wat langer gevoelig blijven, vooral bij gebruik van de hand. Ook de voosheid en de krachtsvermindering bij ernstige en chronische gevallen verbeteren slechts heel langzaam.

.

Download PDF

Wat is de ziekte van Dupuytren ?

Dupuytren ontstaanDe ziekte van Dupuytren is een abnormale verdikking van de fascia (het weefsel tussen de huid en de pezen in de handpalm) die het strekken van één of meerdere vingers kan beletten. Vaak vormt zich geleidelijk aan een streng onder de huid, die reikt van de handpalm tot in de vingers. De harde streng bestaat uit cellen (myofibro-blasten) en eiwitten (collageen type 3 zoals in littekenweefsel). Omdat deze streng langzaam samentrekt, wordt de vinger meer en meer geplooid en is volledig strekken van de vinger onmogelijk.

Oorzaken van de ziekte van Dupuytren

Dupuytren verloopDe oorzaak van de Ziekte van Dupuytren is niet gekend en er is geen volledige genezing mogelijk. De aandoening komt bijna uitsluitend voor bij blanke mensen, met noord Europese voorouders. Mannen zijn veel vaker aangetast dan vrouwen, en meestal begint de aandoening vanaf 40 jaar. In vele gevallen zijn meerdere familieleden aangetast, er is dus een erfelijke factor. Ongevallen veroorzaken deze aandoening niet. Ze komt wel iets meer voor bij mensen met epilepsie en leveraandoeningen.

Welke klachten veroorzaakt de ziekte van Dupuytren ?

Het eerste teken is meestal een kleine verharding in de handpalm, die soms wat pijnlijk kan zijn. Geleidelijk aan ontwikkelt zich een onderhuidse streng die langzaam samentrekt.Dupuytren gevolgenHierdoor wordt de vinger meer en meer geplooid, zonder dat hij nog volledig gestrekt kan worden. Dit komt het meest voor in de pink en ringvinger, maar ook andere vingers kunnen aangetast worden. Naarmate de contractuur van de vingers toeneemt, ontstaat meer hinder bij het gebruik van de hand.

Hoe wordt de diagnose gesteld ?

Het uitzicht van de hand is zo typische dat enkel een onderzoek bij de dokter nodig is om de diagnose te bevestigen. Verdere onderzoeken zijn overbodig.

Behandeling van de ziekte van Dupuytren

Er is geen blijvende genezing mogelijk voor de ziekte van Dupuytren. Medicatie of oefeningen helpen niet. Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden, afhankelijk van de uitgebreidheid van de aandoening. Tijdens de raadpleging wordt beslist, afhankelijk van de afwijking die u heeft, welke behandeling voor u het meest geschikt is.

Aponeurotomie met naald
Deze behandeling kan onder locale verdoving tijdens de raadpleging worden uitgevoerd. Eerst wordt de hand verdoofd met enkele inspuitingen in de handpalm, die wel wat pijnlijk kunnen zijn. Nadien voelt u geen pijn meer. De hand wordt ontsmet met alcohol, en met een naald worden de Dupuytren strengen op verschillende plaatsen doorgesneden. Dit verbetert vaak in belangrijke mate de contractuur of scheefstand van de aangetaste vingers, zodat ze beter gestrekt kunnen worden. Er blijven nadien enkele kleine wondjes die snel genezen.

Inspuiting met collagenase (Xiapex)
Bij deze nieuwe behandeliingswijze worden er in de streng die door de ziekte van Dupuytren gevormd wordt, inspuitingen gegeven met collagenase. Dit breekt de streng af, en nadien kan dan de vinger terug gestrekt worden. De hand zal gedurende enkele dagen wat pijnlijk en gezwollen zijn. De herstelperiode bedraagt meestal slechts een 2-tal weken. Studies hebben aangetoond dat deze behandeling veilig is en voor bijna alle patiënten een alternatief kan zijn voor een heelkundige ingreep. We hebben in onze dienst meer dan 200 patiënten behandeld met deze methode en de resultaten zijn uitstekend. Er is zeker een kans op recidief, maar de behandeling kan herhaald worden. Ook een heelkundige ingreep is perfect mogelijk indien onvoldoende resultaat of snel recidief.

Heelkunde
Dankzij de nieuwere behandelingswijzen kan een heelkundige ingreep vaak vermeden worden. Indien een minder invasieve behandeling, zoals naaldaponeurotomie of collagenase inspuiting, niet het gewenste resultaat oplevert, is een heelkundige ingreep nog perfect mogelijk. Een heelkundige ingreep heft een lagere kans op recidief dan de andere behandelingen, maar het herstel kan wel langer aanslepen. Tijdens de ingreep wordt het aangetaste weefsel weggenomen. Om de ingreep optimaal uit te voeren en om geen pezen, bloedvaten en zenuwen te beschadigen, gebruikt de chirurg een speciale bril met 4 keer vergroting. Het doel van een operatie is de functie van de hand te verbeteren en het is belangrijk een ingreep op het juiste moment te laten uitvoeren. Als de aandoening te ver gevorderd is, kan vaak geen volledige correctie bekomen worden.

Download PDF

Wat is een polscyste ?

polscysteEen polscyste of ganglioncyste is een frequente oorzaak van weke delen zwelling rond de pols. Ze bestaan uit een dunne wand of kapsel, dat gevuld is met vocht. Gelijkaardige cysten kunnen ook in de handpalm voorkomen. Ze staan steeds in verbinding met een gewricht of peesschede. Er is geen specifieke oorzaak waardoor ze ontstaan. Deze cysten kunnen pijn veroorzaken, vaak bij het ontstaan of na een zwaardere inspanning. De grootte van de cyste kan wisselen, en meestal nemen ze langzaam toe in volume maar soms verdwijnen ze spontaan. Ze kunnen nooit kwaadaardig worden.

Hoe wordt de diagnose gesteld ?

De lokalisatie en het uitzicht van een ganglioncyste zijn erg typisch, en de diagnose kan dan ook vaak na onderzoek van de hand en pols door een arts gesteld worden. Om andere oorzaken van zwelling uit te sluiten kan een echografie aangevraagd worden. Met behulp van radiografische opnamen van hand en pols kunnen onderliggende gewrichtsaandoeningen aangetoond worden.

Behandeling van een cyste

Als de cyste klachten veroorzaakt (pijn of bewegingsbeperking) of erg groot wordt, is een behandeling aangewezen. Een punctie van de cyste of het dragen van een polsverband kunnen, zeker tijdelijk, het volume doen verminderen. Vaak is echter een heelkundige ingreep nodig om ze helemaal te verwijderen.

doorsnede polscyste

Het doel van de ingreep is de cyste en de verbinding met het gewricht of de peesschede te verwijderen. Het is vaak nodig ook een deel van het onderliggende gewrichtskapsel mee weg te nemen, om de kans op een recidief van de cyste te verminderen.

Handchirurgen gebruiken een speciale bril met vergroting om de ingreep optimaal uit te voeren en geen enkele van de delicate structuren in de hand te beschadigen.

Verdoving
*Bij een plaatselijke verdoving wordt de verdoving in de hand ingespoten op de plaats waar de ingreep wordt uitgevoerd. Dit is enkel voor kleinere ingrepen mogelijk.
*Bij een regionale verdoving of plexus verdoving, wordt door de anesthesist een inspuiting gegeven in de oksel, waardoor de arm tijdelijk verlamd is. U voelt geen pijn meer en u blijft wakker tijdens de ingreep. De inspuiting kan wat onaangenaam zijn. De arm blijft na de ingreep nog meerdere uren verdoofd.
*Bij een algemene verdoving wordt medicatie toegediend die u doet inslapen. Dankzij het gebruik van nieuwere producten bent u onmiddellijk wakker na de ingreep en zijn er zelden nevenwerkingen.

Nazorg
Na het verwijderen van een polscyste wordt een verband en een spalk aangelegd. Na twee weken worden de hechtingen verwijderd en kan u de hand terug normaal gebruiken. Gedurende enkele weken kan er wat pijn en stijfheid optreden, doch dit verbetert meestal snel.

Ondanks het feit dat een heelkundige resectie van de cyste een grote slaagkans heeft, kunnen toch nog recidieven optreden.

Wat is arthrose ?

artrose - een normaal gewrichtIn een normaal gewricht bedekt kraakbeen het uiteinde van de beenderen, en het zorgt er mee voor dat deze beenderen zacht en zonder pijn tegenover elkaar kunnen bewegen (tekening 1). Bij arthrose treedt er geleidelijk aan een verdunning van het kraakbeen op, en de beenderen wrijven tegenover elkaar. Dit veroorzaakt ontsteking (arthritis) van het gewricht, met pijn, zwelling en verstijving als gevolg (tekening 2).

In de hand is vooral het gewricht aan de basis vanartrose duimbasisgewrichtde duim vaak aangetast. Dit gewricht wordt gevormd door een klein beentje van de pols (het trapezium) en het eerste van de drie beenderen van de duim (metacarpaal 1). De vorm van dit gewricht geeft de duim een grote beweeglijkheid en de mogelijkheid om met elke vinger in contact te komen.

Wie krijgt er arthrose ?

De eigenlijke oorzaak van arthrosis is onbekend. Arthrosis aan de basis van de duim komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen en er is zeker een erfelijke factor. Meestal beginnen de symptomen pas na de leeftijd van 40 jaar. Ongevallen van dit gewricht, zoals breuken of zware verstuikingen kunnen de kans om arthrose te krijgen verhogen.

Symptomen

De eerste klacht is meestal pijn aan de duimbasis bij het grijpen van voorwerpen tussen duim en vingers, zoals openen van een fles, draaien aan een sleutel, openen van een deur, …. Zware belasting van de duim en weersveranderingen (temperatuur en vochtigheid) kunnen ook pijn veroorzaken. Als de ziekte erger wordt, is er ook bij lichtere activiteiten pijn.

De kracht in de hand zal verminderen en er kan zwelling optreden rond de duimbasis. Geleidelijk aan zal ook de beweeglijkheid van de duim afnemen en kan er wat uitwendige misvorming optreden.

Hoe wordt de diagnose gesteld ?

Het verhaal van de patiënt is dikwijls al erg suggestief: pijn aan de duimbasis, zwelling en verminderde beweeglijkheid. Bij het onderzoek worden verder enkele tests uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Aandrukken van de duim tegen de pols terwijl het gewricht bewogen wordt, veroorzaakt een krakend gevoel en is pijnlijk. Dit wordt veroorzaakt door de afwezigheid van kraakbeen, waardoor de beenderen over elkaar wrijven. Ook rechtstreeks duwen op het gewricht is pijnlijk. Uiteindelijk zal een radiografie van de hand de diagnose bevestigen, want hierop zijn de veranderingen bij arthrosis erg duidelijk te zien.

Behandeling van arthrosis aan de duimbasis

In het beginstadium zal rust, medicatie en dragen van een duimspalk vaak verbetering brengen. Ook een inspuiting met cortisone verbetert meestal tijdelijk de pijn.

Burton Pelligrini - artrose -arial

Als de klachten erg uitgesproken zijn kan een heelkundige ingreep nodig zijn. Er worden veel verschillende operaties uitgevoerd voor dit probleem: gaande van het vastzetten van het gewricht, het plaatsen van een prothese of het verwijderen van het aangetaste polsbeentje. Al deze ingrepen hebben hun voor– en nadelen, en uiteindelijk kiest uw arts samen met u de beste oplossing. Studies tonen aan dat alle ingrepen goede en vergelijkbare resultaten geven.

protheseHet voordeel van het plaatsen van een prothese is dat de pijnklachten en de functie van de duim na de ingreep sneller verbeteren dan bij een resectie van het trapezium. Eén van de nadelen is dat een prothese kan loskomen, waarna een heringreep kan noodzakelijk zijn.

Nazorg
De eerste uren na de ingreep kunnen pijnlijk zijn, en daarom wordt voldoende pijnmedicatie voorgeschreven. Na de ingreep wordt een verband met een spalk aangelegd dat 2 weken dicht mag blijven. Na 2 weken worden de hechtingen verwijderd en wordt een kleiner en lichter verband aangelegd voor 4 weken. Vanaf zes weken na de ingreep kan u de hand terug normaal beginnen gebruiken, maar er zal nog verschillende maanden lichte last en krachtvermindering zijn. Uiteindelijk is de overgrote meerderheid van patiënten erg tevreden over het resultaat.

Download PDF

Wat is een springvinger ?

buigpezenEen springvinger afwijking wordt veroorzaakt door een ontsteking van de buigpezen van een vinger. Deze pezen zijn vergelijkbaar met touwen, die de spieren in de onderarm met de vinger verbinden en zo buigen van de vingers mogelijk maken. In de vinger vormen “pulleys” een tunnel, waaronder de pees moet glijden (tekening 1). Deze tunnel of peesschede houdt de pezen stevig verbonden met de beenderen van de vinger.

Een springvinger ontstaat wanneer er een verdikking van de pees optreedt door ontstekingverdikking flexorpees(tekening 2). Deze verdikking geraakt moeilijk door de opening aan het begin van de tunnel in de vinger, waardoor pijn, zwelling en een springend gevoel optreedt bij strekken van de vinger. Dit veroorzaakt alleen maar meer ontsteking en pijn, waardoor de beweging van de vinger soms helemaal geblokkeerd kan worden.

Oorzaken van een springvinger

De oorzaken van dit probleem zijn meestal niet gekend. Het komt meer voor bij mensen met rheuma, jicht en suikerziekte. De ringvinger en de duim zijn het meest frequent aangetast.

Welke klachten veroorzaakt een springvinger ?

Dikwijls beginnen de klachten met pijn en zwelling aan de basis van de vinger. Soms is een verdikking voelbaar. Nadien ontstaat er een verspringend gevoel bij het strekken van de vinger. Uiteindelijk kan de vinger volledig verstijven.

Hoe wordt de diagnose gesteld ?

Het verhaal van de patiënt met een springvinger is dikwijls al erg suggestief. Bij het klinisch onderzoek worden verder enkele tests uitgevoerd om de diagnose te bevestigen en andere problemen uit te sluiten. Bij twijfel kan een echografie uitgevoerd worden.

Behandeling van een springvinger

Het doel van de behandeling is het verspringend gevoel op te lossen en terug volledige en pijnloze mobiliteit van de vinger mogelijk te maken. Zwelling van de pees moet verminderd worden om ze terug vlot te laten glijden in de tunnel of peesschede. Tijdelijk dragen van een verband, rust, ontstekingsremmende medicatie of een inspuiting met cortisone kunnen deze zwelling verminderen en de klachten oplossen.

Wanneer de klachten reeds lang aanwezig zijn of terug opkomen na een inspuiting, kan een kleine heelkundige ingreep nodig zijn. Hierbij wordt de opening aan het begin van de tunnel of peesschede (de eerste pulley) breder opengemaakt, zodat de pees weer vlot kan glijden. Deze ingreep veroorzaakt weinig pijn en meestal kan de vinger onmiddellijk nadien terug normaal bewegen. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking, kan er bij sommige mensen wat langer zwelling en pijn optreden. Soms is kinesitherapie nodig om de vingermobiliteit verder te verbeteren.

Verdoving bij een heelkundige ingreep:
*Bij een locale of plaatselijke verdoving wordt de verdoving in de hand ingespoten op de plaats waar de ingreep wordt uitgevoerd. Dit is enkel voor kleinere ingrepen mogelijk.
*Bij een regionale verdoving of plexus verdoving, wordt door de anesthesist een inspuiting gegeven in de oksel, waardoor de arm tijdelijk verlamd is. U voelt geen pijn meer en u blijft wakker tijdens de ingreep. De inspuiting kan wat onaangenaam zijn. De arm blijft na de ingreep nog meerdere uren verdoofd.
*Bij een algemene verdoving wordt medicatie toegediend die u doet inslapen. Dankzij het gebruik van nieuwere producten bent u onmiddellijk wakker na de ingreep en zijn er zelden nevenwerkingen.

Nazorg:
Na de ingreep wordt een verband aangelegd dat 2 dagen dicht mag blijven. Nadien kan u of uw huisarts een kleiner verband of pleister aanbrengen. U mag de vinger onmiddellijk na de ingreep bewegen. Na 2 weken worden de hechtingen verwijderd en kan u uw hand terug normaal gebruiken.
Het verspringend gevoel is na de ingreep snel voorbij. Het litteken kan wel wat langer gevoelig blijven. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking, kan er bij sommige mensen wat langer zwelling en pijn optreden. Soms is kinesitherapie nodig om de vingermobiliteit verder te verbeteren.

Download PDF

Postoperatieve complicaties na hand- en polschirurgie

U heeft het recht om als patiënt goed geïnformeerd te worden over uw probleem en de mogelijke behandelingen alvorens de beslissing te nemen een behandeling te ondergaan, met in acht name van de voor- en nadelen.

We doen er alles aan om het risico op complicaties zo klein als mogelijk te houden, maar er blijft steeds een kleine kans dat zich een onverwacht probleem voordoet.

Meestal is dat goed oplosbaar en veroorzaakt het geen blijvende last. We hebben hieronder alle mogelijke complicaties vermeld en voor sommigen ervan kan het nodig zijn een heringreep uit te voeren.

Indien u daarbij nog vragen of opmerkingen heeft, kan u ons steeds contacteren per telefoon, email of tijdens de raadpleging.

Mogelijke complicaties na handchirurgie:

• Nabloeding
• Wondinfectie
• Overmatige en pijnlijke littekenvorming
• Verstijving of misvorming van gewrichten
• Letsel van bloedvat, zenuw, pees of botweefsel
• Vertraagde heling van weefsels of beenderen
• Hinder of loslating van geïmplanteerd materiaal
• Onvolledig herstel van handfunctie, gevoel of kracht
• Persisterende pijn en zwelling
• Ruptuur van pees