heup

Hier vindt u alle nodige informatie omtrent specifieke behandelingen van de heup. Gebruik het menu aan de linkerkant om de specifieke behandelingen te bekijken van de diagnose die bij u werd vastgesteld.

ANATOMIE

Het heupgewricht bestaat uit de heupkom (acetabulum) en de heupkop (femurkop). De heupkom is onderdeel van het bekken en de heupkop maakt deel uit van het dijbeen (femur). De dijbeenkop is bedekt met een gladde laag zacht wit weefsel, het kraakbeen. Ook de heupkom is bedekt met kraakbeen. Dit kraakbeen is een gladde laag met daartussen gewrichtssmeer (synovia), waardoor de beenderen makkelijk en met een minimum aan wrijving over elkaar kunnen bewegen.

Aan de rand van de heupkom zit het labrum (te vergelijken met de meniscus in de knie). In normale toestand zit het labrum vast aan het kraakbeen (chondro-labrale junctie).

Gewrichtsbanden

Het heupkapsel (verstevigd met drie gewrichtsbanden) omsluit het hele gewricht. Aan de binnenzijde van het kaspel zit synovium (slijmvlies) , deze maakt de gewrichtsvloeistof aan die het kraakbeen smeert. Door deze vloeistof is er voeding voor het kraakbeen en minder wrijving in de heup.

Gewrichtsbanden van het heupgewricht bestaan uit lagen sterk bindweefsel en zijn uitermate sterk.Het is hun taak om bewegingen te remmen, te sturen en de femurkop in de heupkom te houden.

Spieren en pezen

Rond het heupgewricht bevinden zich spieren die het bewegen van het gewricht mogelijk maken. De spier gaat over in peesweefsel waar er aanhechting is aan het bot. Het buigen van de heup wordt vooral mogelijk gemaakt door een zeer grote en sterke spier (de iliopsoas), die vanuit de lage rug via het bekken naar de binnenzijde van het bovenbeen loopt. De buiging wordt geholpen door de bovenbeenspieren (zoals de quadriceps). Deze loopt van de bekkenrand naar de knie en zorgt tevens voor een strekking van het kniegewricht. De beweging van het bovenbeen naar binnen wordt uitgevoerd door de adductoren. De beweging van de heup naar buiten (abductie) wordt ondersteund door de middelste bilspier (gluteus medius).

Slijmbeurs

De slijmbeurs is een holte met dunne wanden die gevuld is met dezelfde stroperige vloeistof als het gewrichtsvocht. Slijmbeurzen zitten op plaatsen die aan wrijving onderhevig zijn: tussen bot en huid, tussen pees en huid en tussen pees en een botstuk.

De belangrijkste slijmbeurs ter hoogte van het heupgewricht is de bursa trochanterica. Deze ligt tussen de grote bilspier en de buitenzijde van het dijbeen. Dit is het gedeelte waar men op ligt als men op de zijde ligt.

Kies de afwijking aan de linkerkant om het gewenste behandelplan te bekijken

Artrose

De spleet die gevormd wordt door het kraakbeen van heupkop en heupkom kan met de leeftijd ( of door andere oorzaken , cf. infra) kleiner worden omdat het kraakbeen steeds dunner wordt of steeds meer beschadigd raakt.

Het kraakbeen treedt dan steeds minder op als schokdemper. De botdelen waar deze kraakbeenschade aanwezig is, schuren over elkaar. Dit kan leiden tot vormverandering met eventueel botaanwas/papegaaienbekken (osteofyten ), zelfs botaantasting met eventueel vorming van (goedaardige) cysten. Het gevolg is pijn en/of bewegingsbeperking.

OPGELET: Heupaandoeningen kunnen soms enkel kniepijn veroorzaken en geen typische liespijn !

Welke klachten kunnen duiden op slijtage?

Pijn bij het opstaan, bij belasten of in rust
Stijfheid en startpijn
Zwelling
Beperkingen en/of blokkerend gevoel bij het bewegen
Knarsende geluiden bij beweging
Nachtelijke pijnklachten en/of drang om te bewegen
Welke oorzaken zijn er voor heupslijtage?

Veroudering van de gewrichten
Erfelijke aanleg
Een eerdere operatie waarbij (deels) het labrum/kraakbeenflap werd verwijderd
Een eerder trauma van de heup
Reumatische aandoeningen
Een vroegere botbreuk waarbij ook het kraakbeen betrokken was
Stofwisselingsziekten
Soms treedt de pijn pas op bij intensieve activiteiten, maar later ook bij de normale dagelijkse dingen of zelfs ‘s nachts. Fietsen gaat vaak beter dan wandelen. Indien er zich zwelling (onstekingsvocht) vormt in de heup zal je dit aan de buitenzijde niet merken.

Behandeling artrose van de heup (coxartrose)

Stap 1

Medicatie: paracetamol voor de pijn, onstekingsremmer (10 à 14 dagen ) voor zwelling/ontsteking, Eventueel ijs bij zwelling

Aanpassen van activiteiten voor zover de patiënt dit aanvaardt.

Fietsen wordt wel zolang als mogelijk aangeraden gezien dit de spierkracht en soepelheid van het kniegewricht tracht te onderhouden.

Stap 2

Infiltratie (inspuiting) met:

Cortisone. Indien er zwelling aanwezig blijft ondanks de inname van een onstekingsremmer

Hyaluronzuur (gel). Om te trachten de stijfheid, het knagende, zeurende gevoel te verbeteren.

PRP,ACP. Dit is een recente ontwikkeling waarbij er uit het bloed van de patiënt het onstekingswerende deel wordt gehaald en wordt ingespoten.

Stap 3

Definitieve oplossing: vervangen van wat versleten is door een prothese.

De beste, veiligste oplossing is een volledige/totale heupprothese.

Deze kan zowel cementlood als gecementeerd geplaatst worden.

Het bewegende deel bestaat uit keramiek op polyethyleen OF keramiek op keramiek OF metaal op polyethyleen.(Cfr. infra )

Tot enkele jaren gelden was de resurfacing of zogenaamde ‘sportheup’ erg populair. Probleem is dat de wrijvende/bewegende delen hier uit metaal op metaal bestaan, wat een enorme aantasting kan veroorzaken. (cfr..infra)

Wanneer adviseert de orthopedisch chirurg een nieuwe heup?

Als de artrose van het heupgewricht in het gehele gewricht aanwezig is en pijn en bewegingsbeperkingen in het heupgewricht toenemen waardoor de patient dit als ‘invaliderend’ ondervindt kan een totale heupprothese een goede oplossing zijn.

Onze 3 heupspecialisten hebben veel ervaring met het plaatsen van heupprothesen en dit houdt in dat zij rekening houden met de laatste evoluties in de behandelingen en operatieve technieken.

Maar het is ook belangrijk prothesen en technieken te gebruiken die hun nut, veiligheid en lange overleving bewezen hebben.

Onze 3 heupspecialisten zullen met u bespreken wat de best mogelijke oplossing is voor uw specifiek probleem.

Avasculaire necrose

Avasculaire necrose of osteonecrose, is een ziekte die het gevolg is van tijdelijk of permanent verlies van bloedtoevoer naar het bot. Zonder bloedtoevoer, sterven de botweefselcellen af en verliest het bot zijn draagkracht.

Avasculaire necrose treedt meestal op in de buurt van een gewricht zoals de heup, de knie of de schouder.

De voornaamste oorzaken zijn chronisch gebruik van corticosteroïden, trauma, chemotherapie en alcoholisme. Vaak treedt dit spontaan op zonder dat er een aanwijsbare oorzaak kan gevonden worden. Dan spreken we van een idiopathische vorm.

Door de gestoorde bloedvoorziening treden necrotische zones op in het bot. Als gevolg vermindert de draagkracht van het bot waardoor verschillende delen van het kraakbeen als het ware inzakken met een onregelmatig kraakbeenoppervlak tot gevolg.

Behandeling avasculaire necrose

Stap 1

Medicatie: paracetamol voor de pijn, onstekingsremmer (10 à 14 dagen ) voor zwelling/ontsteking.

Aanpassen van activiteiten, eventueel tijdelijk krukken.

Fietsen wordt wel zolang als mogelijk aangeraden gezien dit de spierkracht en soepelheid van het kniegewricht tracht te onderhouden.

Stap 2

Infiltratie (inspuiting) met:

Cortisone. Indien er vocht aanwezig blijft ondanks de inname van een onstekingsremmer.

Stap 3

Operatief zijn er 2 opties afhankelijk van de ernst /omvang van de aantasting: forage of prothese.

Indien de avasculaire zone niet te groot is en bot/kraakbeen nog niet ingezakt is kan een forage met greffe overwogen worden.

Meestal wordt de diagnose gesteld als het bot/kraakbeen ingezakt is (collaps) en dan is er maar één oplossing: vervangen van wat versleten is door een prothese.

De beste, veiligste oplossing is een volledige/totale heupprothese.

Deze kan zowel cementloos als gecementeerd geplaatst worden.

Het bewegende deel bestaat uit keramiek op polyethyleen OF keramiek op keramiek OF metaal op polyethyleen.(Cfr. infra )

Tot enkele jaren gelden was de resurfacing of zogenaamde ‘sportheup’ erg populair. Probleem is dat de wrijvende/bewegende delen hier uit metaal op metaal bestaan, wat een enorme aantasting kan veroorzaken. (cfr..infra)

GTPS (Grote Trochanter Pijn Syndroom): Bursitis, peesontsteking en peesschede

Pijn aan de buitenzijde van de heup kan veroorzaakt worden door een slijmbeursontsteking of door een ontsteking/verkalking ter hoogte van de aanhechting van de gluteus mediuspees (belangrijke heupspier), soms gepaard gaande met een gedeeltelijke of volledige scheur van de pees.

Soms ligt de oorzaak van de pijn elders, bv vanuit de rug of het bekken. (gerefereerde pijn)

Meestal wordt dit probleem gezien bij dames van middelbare leeftijd.

Indien uw arts een slijmbeursontsteking en/of peesontsteking vermoedt kan een echografie (best in combinatie met een radiografie) dit bevestigen.

Soms kan het noodzakelijk zijn een MRI-scan te verrichten (bv. om een scheur beter te beoordelen of als een ingreep noodzakelijk is)

Behandeling bursitis/gluteus mediustendinose

Stap 1

Medicatie: ontstekingsremmer (10 à 14 dagen ) voor zwelling/ontsteking.

Tijdelijk aanpassen van activiteiten.

Kinesitherapie.

ESWT ( shockwave )

Stap 2

Infiltratie (inspuiting) met:

Cortisone. Indien er zwelling aanwezig blijft ondanks de inname van een ontstekingsremmer
PRP, ACP. Dit is een recente ontwikkeling waarbij er uit het bloed van de patiënt het ontstekingswerende deel wordt gehaald en wordt ingespoten.

Stap 3

Via een kijkoperatie kan de slijmbeurs verwijderd worden, best in combinatie met een release ( vrijmaken ) van de bovenliggende peesstructuur van de iliotibiale band.

Behandeling gluteus mediusscheur

Bij kleine scheuren kan men de pijn behandelen zoals bij een tendinose (cfr hierboven)

Een scheur zal niet herstellen zonder ingreep. Dus het kan noodzakelijk zijn de pees terug vast te hechten aan het bot.

Impingment en labrumscheur

Bij een afwijkende vorm van de hals van de heupkop en/of rand van de heupkom kan er vroegtijdig contact ontstaan tussen beide en geraakt ook het labrum beschadigd. De verbinding tussen kraakbeen en labrum geraakt verstoord/scheurt en hierdoor wordt het kraakbeen uiteindelijk ook aangetast. Een labrumscheur en/of kraakbeenletsel kan ook ontstaan zonder duidelijke heupimpingment.

Meestal wordt deze afwijking gezien bij de sportieve (amateur of (semi-)professionele) populatie, maar zelden ook bij patiënten die geen sport beoefenen maar in het dagelijks leven toch klachten ondervinden. Typisch is de liespijn maar eerder naar de zijde toe (vaak aangetoond als C-sign).

Soms kan er pijn zijn achteraan diep in de heupregio of over het bovenbeen naar de knie toe.

Als er last is in het dagelijks leven ervaart de patiën typisch de klachten bij diep buigen en draaien van de heup, zoals bijvoorbeeld bij het aantrekken van kousen. in/uit een wagen stappen, ..

Indien uw arts een heupimpingment vermoedt zal er een radiografie en/of artro-mri (een mri scan waarbij er vooraf contrastvloeistof wordt ingespoten om meer detail weer te geven) aangevraagd worden.

Behandeling

Indien tijdelijke rust en ontstekingsremmers de pijn/last niet definitief verhelpen, kan een inspuiting overwogen worden.

Fractuur

De heupfracturen worden meestal ingedeeld in fracturen die binnen of buiten het kapsel lopen.

Globaal genomen kan men stellen dat een fractuur die buiten het kapsel loopt gefixeerd wordt met een plaat of nagel met schroef naar de heupkop om deze om zijn plaats te houden en zo te laten helen.

Bij een fractuur die binnen het kapsel loopt (én verplaatst is) is de bloedsvoorziening mee afgescheurd en zal de heupkop nooit geen doorbloeding meer krijgen en daarom is een prothese de enige correcte ingreep.

Uitzonderlijk worden er heupfracturen gezien die binnen het kapsel lopen én onverplaatst zijn, deze kan men proberen te fixeren ipv. een prothese te plaatsen.

Snapping hip

Snapping betekent verspringing.

Het gaat hier om het verspringen van een pees. Het verspringen/klikken kan gepaard gaan met pijn door ontsteking van de pees en/of aanliggende slijmbeurs.

Typisch thv de heup zijn er 2 pezen die een ‘snap’ kunnen geven:

  • de iliotibiale band , deze ligt aan de buitenzijden van de heup vandaar ook de naam external snapping hip
  • de iliopsoaspees, die aan de binnenzijde thv. de lies loopt vandaar ook de naam internal snapping hip

HET IS DUS NIET DE HEUP DIE IN/UIT DE KOMT SCHIET !

Behandeling snapping hip

Stap 1

Kinesitherapie om een stretchschema te volgen. De patiënt moet dit voornamelijk ZELF DOEN!

Gezien de snap soms ook ontsteking veroorzaakt kan het nuttig zijn om een onstekingsremmer (10 à 14 dagen ) in te nemen. Eventueel ijs bij zwelling

Eventueel ook tijdelijk aanpassen van de activiteiten.

Stap 2

Indien er voornamelijk ontsteking aanwezig blijft kan een infiltratie (inspuiting) nuttig zijn met:

  • Cortisone.
  • PRP,ACP. Dit is een recente ontwikkeling waarbij er uit het bloed van de patiënt het onstekingswerende deel wordt gehaald en wordt ingespoten.

Stap 3

Definitieve oplossing: de pees die verspringt ‘verlengen’ zodanig dat deze niet meer zo strak staat en hierdoor ook minder/niet meer verspringt.

Dit kan dmv. een kijkoperatie.

Kies de operatieve behandeling aan de linkerkant voor meer informatie

Prothese

De totale heupprothese (anterieure spiersparende insnede)

Een totale heupprothese is een vervanging van het versleten heupgewricht door een kunstheup. De aangetaste heupkop wordt afgezaagd en verwijderd, de aangetaste heupkom wordt uitgefreesd tot de diameter van eigen heupkom. Restanten van het labrum worden verwijderd.

De eerste component die geplaatst wordt is een nieuwe heupkom die in de bestaande wordt ingebracht (meestal een ingroeiende prothese zonder cement)
Hierin past een binnenkom, in polyethyleen of keramiek.

De tweede component die geplaatst wordt is een steel in het dijbeen (meestal een ingroeiende prothese zonder cement). Hierop komt een kop, in keramiek of metaal.

 

Uit welk materiaal bestaat een heupprothese?

In het algemeen worden metalen zoals Titanium, Cobalt-Chroom en kunststoffen zoals polyethyleen/keramiek gebruikt. Alle materialen zijn speciaal voor medische toepassing ontwikkeld en worden optimaal door het lichaam geaccepteerd.

Hoe lang gaat een totale heupprothese mee?

Beslissende factoren voor de levensduur en werking zijn natuurlijk de lichaamsbelasting en de kwaliteit van de botstructuur. Dit in combinatie met de kwaliteit van het materiaal van de heupprothese. Wetenschappelijk onderzoek geeft tegenwoordig een gemiddelde overleving van een totale heupprothese van vijftien à twintig jaar weer. De ontwikkeling van totale heupprothesen staat echter niet stil en de overlevingsverwachting stijgt mee met deze ontwikkeling. Als de prothese uiteindelijk versleten is of losraakt is een revisie (wisselen van de prothese) van de totale heupprothese in de meeste gevallen goed uitvoerbaar.

Eventuele complicaties

In de meeste gevallen verloopt een operatie en de revalidatieperiode zonder noemenswaardige problemen.
Enkele zaken zijn normaal in het verloop van de revalidatie en hebben te maken met de genezingsreactie van de weke delen rond de heup.

  • Zwelling, soms zelfs tot aan de knie of voet.
  • Warmte
  • Harde zone rond het litteken

Uiteraard kan dit wel ongemak veroorzaken en het kan aangewezen zijn extra ijs en nsaid’s (ontsekingsremmers) te gebruiken.
Indien er echter uitgesproken roodheid en/of koorts mee gepaard gaan moet u contact opnemen met Dr. Londers.

Er wordt NIET aangeraden zomaar antibiotica op te starten.

Welke complicaties er kunnen voorkomen

Gevoelloosheid/ doof gevoel rond het litteken: dit is geen complicatie, maar een bijkomstigheid bij een operatieve ingreep. Doordat zenuwtakjes in de huid doorgesneden worden bij het maken van de incisie in de huid die benodigd is voor het uitvoeren van de ingreep, kan gevoelloosheid van de huid ontstaan. Meestal is dit tijdelijk.

Infectie; om de kans hierop zo klein mogelijk te houden krijgt u antibiotica rondom de operatie en wordt er zo steriel mogelijk gewerkt. De kans op een infectie is het grootst in de periode net na de operatie. Het is echter ook mogelijk dat een infectie in een later stadium ontstaat. Bijvoorbeeld doordat bacteriën van elders in het lichaam via de bloedbaan bij de heupprothese terechtkomen. De meest voorkomende oorsprong hiervan is de mond. Indien u een tandheelkundige ingreep moet ondergaan, is het verstandig met de orthopeed en tandarts te overleggen of preventief antibioticagebruik wenselijk is.

Een infectie diep in het gewricht bij een heupprothese kan grote gevolgen hebben. Vaak zal in deze gevallen de prothese schoon gespoeld worden. Soms is het tijdelijk volledig verwijderen van een prothese zelfs noodzakelijk.

Nabloeding; in dit geval dient contact te worden opgenomen met de orthopeed.

Wondproblemen: onvoldoende genezing, blijvende lekkende wonde.

Zenuwschade; dit is een zeldzame complicatie, maar het is mogelijk dat er door rek een meestal tijdelijke uitval ontstaat van een zenuw die de voet heft.

Vertraagde wondgenezing; dit zal bij de controles op de polikliniek gecontroleerd worden.

Trombose (bloedstolseltje) of longembolie (verstopping van het bloedvat van de long); hiertegen krijgt u antistollingsmiddelen die u volgens voorschrift moet gebruiken.

Decubitus van hiel of stuit, ook wel doorliggen genoemd.

Loslating; dit kan op termijn spontaan, door een val of door infectie ontstaan. In dit geval is een wissel naar een andere prothese noodzakelijk.

Polikliniekbezoek en vóóronderzoeken

Samen met uw orthopedisch chirurg heeft u besloten om te worden geopereerd.
U heeft van de verpleegkundige een vragenlijst gekregen, die u heeft ingevuld.

Deze vragenlijst is afkomstig van de afdeling anesthesiologie van de kliniek waar u geholpen wordt. Met behulp van deze vragenlijst beoordeelt een anesthesioloog uw gezondheid en achterhaalt bijvoorbeeld ook eventuele allergieën. Als de anesthesioloog meer gegevens nodig heeft van u of het nodig vindt meer onderzoek te verrichten, zal hij, of een verpleegkundige, hierover telefonisch contact met u opnemen vooraf aan de ingreep.

Vooraf aan uw ingreep krijgt u verschillende recepten mee: voor de kinesist, het antistollingsbeleid, de pijnstilling en het verbandmateriaal na de ingreep. Hier komen we later in deze brochure op terug.

Wat kunt u voor opname thuis regelen?

Hulpmiddelen

Krukken

U verlaat de kliniek met één of twee krukken. Wij verzoeken u deze krukken vóór opname al af te halen bij uw mutualiteit/zorgwinkel en bij opname mee te nemen naar de kliniek waar u geopereerd wordt.

Kinesitherapie

Voor de oefentherapie kunt u terecht bij de kinesist. Hij/zij zorgt samen met u voor het optimale resultaat nadat de ingreep heeft plaatsgevonden. Het is van belang dat u vooraf aan de ingreep zelf contact opneemt met een fysiotherapeut voor de nabehandeling. De nabehandeling door de fysiotherapeut dient kort (één tot enkele dagen) na de ingreep te starten.

Wellicht is het handig het te doorlopen fysiotherapieprogramma voor de operatie al door te spreken met uw fysiotherapeut. Tevens is het verstandig alvast met behulp van de fysiotherapeut te leren omgaan met krukken voordat u geopereerd bent.

Medicatie

Het recept met betrekking tot het antistollingsbeleid heeft u reeds verkregen van uw orthopeed. Dit geldt ook voor de medicatie met betrekking tot de pijnstilling voor thuis. Het is verstandig deze medicatie vooraf aan de ingreep al in huis te halen.

De pijnstilling tijdens de opname wordt verzorgd door de kliniek. Pijnstilling is niet noodzakelijk, maar wordt zo nodig gebruikt. De dosering staat op de verpakking vermeld. U ontvangt ook een maagbeschermer (bv. Pantozol). Deze dient alleen eenmaal daags ingenomen te worden als u een NSAID (bv. Ibuprofen:Diclofenac/ Arcoxia/Naproxe/ etc…) gebruikt.

De toediening van de antistollingsmiddelen staat vermeld onder ‘antistollingsbeleid na de operatie’.

Als u thuis medicijnen (voor bloeddruk/cholesterol/schildklier/hart/ etc…) gebruikt, neemt u deze dan mee in de originele verpakking.

Ontharing

Er dient alleen onthaard te worden als er duidelijke beharing aanwezig is op de heup. Dit geldt over het algemeen alleen voor mannen. Wondjes in het operatiegebied dienen voorkomen te worden in verband met infectiegevaar, dus onthaar voorzichtig.

Nuchter zijn voor uw operatie

De specifieke eisen van de anesthesioloog met betrekking tot nuchter zijn kan in enige mate verschillen per kliniek. In principe mag u de dag van de ingreep 6 uur vóór de ingreep geen vast voedsel meer tot u nemen. Wel is het toegestaan tot twee uur voor uw operatie nog heldere vloeistoffen te drinken, zoals water en thee (geen melk!). Hou het bovenstaande aan, tenzij anders vermeld wordt in een eventuele toegevoegde folder van de anesthesioloog.

Eventuele hulp na ontslag

U gaat enkele dagen na de ingreep naar huis. Het is aan te bevelen de eerste dagen ondersteuning thuis te hebben/regelen. De aanwezigheid van een partner/familielid/vriend is aan te raden, gezien het feit dat u, zeker in de beginsituatie, minder mobiel bent.

Mocht u om een of andere reden niet in staat zijn direct naar huis te kunnen, dan is de revalidatie / het zorghotel een mogelijke optie. Dit wordt best op voorhand afgesproken via de verpleegkundige/huisarts.

De opname- / operatiedag

Bij binnenkomst

Afhankelijk van de operatieplanning wordt u de avond van tevoren of de ochtend van de ingreep in het ziekenhuis verwacht. U meldt zich op de afgesproken tijd in de kliniek. U slaapt/wacht op de afdeling en trekt een operatiejasje aan als u verwacht wordt op de operatieafdeling. De verpleegkundige zal u ook vragen een pijl ter hoogte van de te opereren heup te zetten met een stift. Gezien het een heupoperatie betreft dient u uw onderbroek uit te doen voor u naar de operatieafdeling wordt gebracht. Uw sieraden, contactlenzen en make-up moet u verwijderen. Voorafgaand aan de operatie dient u uw blaas te ledigen. Hierna wordt u in een ziekenhuisbed vervoerd wordt naar het operatiekwartier. Op de operatieafdeling wordt u opgevangen door één van de verpleegkundigen.

Deze zal u nog een paar vragen stellen als extra controle uit veiligheid.

 

De operatie

Terwijl u wacht tot u aan de beurt bent, zal de anesthesioloog langs komen om kennis met u te maken. Vooraf aan de ingreep brengt de anesthesioloog of een anesthesiemedewerker een infuus in uw arm. Hierna wordt u naar de operatiekamer gereden en uiteindelijk dient de anesthesioloog u de narcosemiddelen (voor een algemene en/of locoregionale verdoving) en antibiotica toe via het infuus.

Na de operatie

De operatie zelf duurt ongeveer een uur. Maar rekening houdende met de installatie van uw heup, het steriel afdekken van uw heup en klaarmaken van al het benodigde materiaal voor de ingreep en het aanbrengen van een verband na de ingreep zal u ongeveer anderhalf à twee uur in de operatiekamer zijn. Na de operatie gaat u naar de recovery (ontwaakzaal). Hier bewaken en verplegen gespecialiseerde verpleegkundigen u. Na de operatie is het normaal dat u in enige mate pijn heeft en tevens kunt u misselijk zijn van de verdoving. U krijgt hier medicijnen tegen. Uiteindelijk wordt terug overgebracht naar de afdeling, waar u de komende dagen zal doorbrengen. Indien er vooraf met de anesthesist besproken is dat u omwille uw algemene conditie beter een nachtje op de intensieve zorgen blijft gaat u naar deze afdeling.

Na de operatie heeft u:

  • een infuus in uw arm om medicijnen toe te dienen
  • een drukverband tot halverwege het bovenbeen. Dit verband blijft in principe 1 dag zitten.
  • mogelijk een zuurstofslangetje in uw neus

Overleg met de verpleegkundige op welke wijze er na de operatie contact kan worden opgenomen met een eventueel contactpersoon. U kunt informeren bij de kliniek naar de bezoekuren.

De orthopeed komt daags na de operatie bij u langs om te komen vertellen hoe de operatie is verlopen.

Antistollingsbeleid na de operatie

Na het plaatsen van een totale heupprothese is het noodzakelijk om, tot vijf weken na de operatie, het bloed te verdunnen om ontstaan van trombose te voorkomen.

Clexane of Fraxiparine injecties: bij deze behandeling krijgt u eenmaal per dag een injectie in uw buik of bovenbeen. De verpleegkundige leert u hier zelfstandig mee om gaan en zelf te spuiten.

Hechtingen

De wonde wordt meestal gesloten door middel van haakjes. Ongeveer na 14 dagen na de operatie worden ze verwijderd door uw huisarts.

Het ontslag

De dag van ontslag

Enkele dagen na de ingreep gaat u met ontslag.

Uw vervoer naar huis

Wij verwachten van u dat u, eventueel met behulp van familie of vrienden, uw vervoer naar huis of elders zelf regelt. Aangepast vervoer is niet nodig; u kunt in een gewone auto plaatsnemen. Als er omstandigheden zijn waardoor dit niet geregeld kan worden, dan kunnen wij een taxi/ambulance voor u regelen, die u zelf (mutualiteit/verzekering) dient te bekostigen.

Weer thuis

Wondverzorging

De steriele pleisters, die u door middel van het recept heeft verkregen, mag u over de operatiewonde plaatsen. Als het verband droog is hoeft u niet elke dag de pleister te vervangen. Indien deze toch wat doorbloed/vochitg is, kan uzelf/iemand andres/ thuisverpleegkundige de pleister vervangen. Nooit de wonde aanraken, wel desinfecteren voor er een nieuwe pleister wordt aangebracht.

Douchen mag pas weer als de hechtingen verwijderd zijn en de wonde volledig droog is. Om te kunnen douchen voor die tijd, kunt u bij de apotheek of thuiszorgwinkel een beschermhoes aanschaffen.

Zwelling rondom de heup en bovenbeen ontstaat vaak na de operatie. Dit komt door vochtophoping. Later, als u staat en loopt, kunnen het onderbeen en de voet dik worden. Dit is niet ernstig, maar wel in enige mate lastig (uw schoen kan misschien moeilijker aan). Na enige tijd verdwijnt dit vanzelf weer.

Ook kan de heup en hard warm aanvoelen, dit is normaal. Extreme roodheid en/of koorts van de knie is echter niet normaal.

Oefeningen

De eerste dag na de ingreep komt de kinesist al bij u langs op de kamer. Indien u zich goed voelt mag u al opzitten in de voormiddag en eventueel al eens stappen met 2 krukken onder begeleiding van de kinesist in de namiddag. De tweede en derde dag stapt u met krukken en wordt er geleidelijk aan verder geoefend, ook het gebruik van een trap. U mag vanaf de eerst dag al eens de voeten bewegen en de knie optrekken. U hoeft geen speciaal kussen te gebruiken.

U heeft recht op 60 beurten kinesitherapie (terugbetaald). In de praktijk volstaan meestal 30 beurten.

Leefregels en adviezen

Onderstaand vindt u een aantal leefregels en adviezen, die meestal in overleg met de fysiotherapeut;

U verlaat de kliniek met twee of één kruk(ken). U mag de heup gelijk belasten. In overleg met de fysiotherapeut kan het gebruik van de krukken langzaam afgebouwd worden. In de praktijk is laten vele patiënten de krukken achterwege na 2 tot 4 weken.

  • Wees voorzichtig met extreme bewegingen ( diep buigen / ver draaien naar buiten of binnen met de voet) de eerste 6 weken.
  • Fietsen: Vanaf zodra het kan mag u starten met fietsen op de hometrainer.
  • Autorijden: Van de verzekering mag u pas weer autorijden als u geen krukken meer gebruikt.

Spoed

Mocht er zich in de thuissituatie na de operatie iets voordoen, met betrekking tot de ingreep, dat dringend hulp/attentie nodig heeft, dan kunt u contact opnemen met de kliniek. Deze zal contact opnemen met de juiste persoon. U krijgt in de kliniek te horen op welke wijze u contact dient op te nemen als u hulp/attentie nodig heeft in de avond/nacht of in het weekend.

Bezoek polikliniek orthopedie

Bij de controle wordt een radiografie genomen. Op de polikliniek wordt u gezien door uw orthopeed. Hier kunt u verdere vragen stellen en zal de wonde/ de evolutie van de knie beoordeeld worden.

Tot slot

Een totale heupprothese heeft een revalidatieperiode die verschilt van persoon tot persoon. U bent enige tijd onder behandeling bij een kinesist. Zelf goed op regeImatige basis oefenen bevordert het herstel/resultaat natuurlijk.

In ieder geval zullen de eerste 4 – 6  weken het meest als vervelend ervaren worden.

Heupartroscopie

Tijdens een heupartroscopie wordt het teveel aan bot verwijderd (aan de hals van de heupkop en/of heupkom). Dit om minder snel contact te veroorzaken en geen wrijving meer op het labrum/kraakbeen. Labrum en/of kraakbeenletsels worden in één tijd mee behandeld.

Afhankelijk van het type, de grootte en de kwaliteit van het weefsel van de labrumscheur wordt het volgende gedaan als behandeling:

  • Stabilisatie van het labrum.
  • Wegnemen van het gescheurde deel van het labrum.
  • Hechten van het labrum.

Afhankelijk van de diepte, de diameter, de lokalisatie en kwaliteit van kraakbeen wordt een lestel als volgt behandeld

  • Afblijven.
  • Stabiliseren.
  • Ice-picking
  • Ice-picking met AMIC
  • Ice-picking met AMIC en Stamcellen

Deze ingreep gebeurt in dagziekenhuis, onder algemene verdoving.

Revaldiatie

Er worden 2 schema’s gehanteerd afhankelijk van wat er exact tijdens de ingreep werd verricht, met betrekking tot labrum en/of kraakbeen.