enkel

Hier vindt u alle nodige infomatie omtrent specifieke behandelingen van de voet en de enkel. Gebruik het menu aan de linkerkant om de specifieke behandelingen te bekijken van de diagnose die bij u werd vastgesteld.

Hallux valgus / hamertenen / metatarsalgie / hallux rigidus / morton neurinoma / quintus varus: bunionette

Hallux valgus

hallux valgus 1

Hallux valgus is een scheefstand van de grote teen, met knobbel of “ bunion” vorming aan de binnenzijde van de voet welke reeds kan ontstaan op adolescente leeftijd, progressief toenemen, ook door het dragen van niet aangepast schoeisel, en pijnlijk wordt door druk van de schoen op de knobbel met soms een ontsteking van de onderhuidse bursa als gevolg.

De diagnose wordt gesteld door klinisch onderzoek en aangevuld met staande radiografies onder belasting, om de graad van afwijking te bepalen.

De behandeling bestaat in de eerste plaats in het dragen van een schoen met een brede “ teendoos” in zacht materiaal zonder hak , eventueel met een maatsteunzool.
Bij onvoldoende resultaat kan een heelkundige correctie aangewezen zijn. Deze zal bestaan in een correctie van de stand van de botjes van de “ eerste straal “door gerichte zaagsneden te maken ( chevron-, scarf,- maestro- en/of Akin osteotomie) en na verplaatsing de botjes te fixeren met schroefjes en krammetjes, aangevuld met een plastie van de gewrichtskapsel.

hallux valgus 3 bewerkt

De operatie wordt uitgevoerd onder algemene narcose of locoregionale anesthesie door prik in de dij of een combinatie, in daghospitaal of met 1 nacht opname.
Postoperatief:
Vanaf de dag na de ingreep kan men steunen op een voorvoet ontlastende schoen, gedurende een 6 tal weken, waarna opnieuw normaal schoeisel kan worden gedragen. Zwelling en stramheid zijn meestal verdwenen na 3 tot 6 maanden.

Hamertenen
Hamertenen kunnen ontstaan met of zonder hallux valgus, vertonen een overdreven extentiestand van het basisgewrichtje van de teen en een al of,niet gefixeerde plooistand van het midden gewrichtje van de teen en worden pijnlijk door druk van de schoen op de teen, waardoor een drukpijnlijke eelt ontstaat.

hamerteen 1hamerteen 2

De behandeling bestaat in de eerste plaats in het dragen van een aangepaste schoen met brede “ teendoos” in zacht materiaal en een maatsteunzool, eventueel aangevuld met silicone spacers of teenkousjes.

In geval van onvoldoende resultaat is heelkundige correctie aangewezen met een plastie of vastzetten in gecorrigeerde stand ( arthrodese) van het midden- en/of eindgewrichtje van de teen. Deze wordt gefixeerd met een metalen pin ( Kirshnerpin) welke aan de tip van de teen naar buiten komt en een 6 tal weken aanwezig blijft, waarna ze verwijderd wordt. Samengaand wordt dikwijls een verlenging van de strekpees van de teen uitgevoerd.

De operatie wordt meestal uitgevoerd tesamen met een correctie van de grote teen onder algemene narcose of locoregionale anesthesie door prik in de dij of een combinatie in daghospitaal of met 1 nacht opname. Een correctie van enkel één of twee hamertenen kan uitgevoerd worden onder locale anesthesie in daghospitaal.
Postoperatief:
Vanaf de dag na de ingreep kan men stappen in een open schoen of sandaal gedurende een 6 tal weken. Na 6 weken wordt de pin verwijderd.

Hallux rigidus
Hallux rigidus ontstaat door kraakbeenslijtage ( artrose) van het basisgewricht van de grote teen met stijfheid en pijn van dit gewricht bij bewegen en stappen als gevolg. Dikwijls vormen zich ook aan de bovenzijde van het gewricht papegaaibekken, met pijnlijk overliggende huid door druk van de schoen.

hamerteen 3

De diagnose wordt gesteld op radiografies.

hamerteen 4

De behandeling bestaat in het dragen van een schoen met stijve of eventueel ronde zool en een maatsteunzool, eventueel aangevuld met een inspuiting in het gewricht.
Bij onvoldoende resultaat is heelkundige behandeling aangewezen. Afhankelijk van het stadium van artrose zal deze bestaan in het verwijderen van de papegaaibekken (cheilectomie) eventueel in combinatie met een corrigerende zaagsnede (Möberg osteotomie) van het basiskootje van de grote teen of een vastzetten ( arthrodese) van het basisgewricht van de grote teen in functionele stand.

hamerteen 5hamerteen 6

Postoperatief:
Vanaf de dag na de ingreep kan men stappen op een voorvoet ontlastende schoen gedurende 3 tot 6 weken ( afhankelijk van de uitgevoerde ingreep), waarna terug normaal schoeisel kan worden gedragen. Zwelling en/of stramheid zijn meestal verdwenen na 3 tot 6 maanden.

Prothesen voor het basisgewricht worden slechts zelden gebruikt gezien de minder goede resultaten op middellange termijn.

Metatarsalgie
Metatarsalgie is pijn bij belasting onder de voorvoet, eventueel gepaard met drukpijnlijke eeltvorming, al of niet samengaand met een hallux valgus of hamertenen, als gevolg van een doorzakking van het voorste voetgewelf.

metatarsalgie 1

De behandeling bestaat in het dragen van een maatsteunzool met ingewerkt voorvoetpad om de druk op de middenvoetbeentjes te verminderen.

Bij onvoldoende resultaat is heelkundige behandeling aangewezen. Deze zal bestaan in een correctie van de stand van de middenvoet beentjes door zaagsneden te maken ( Weill-osteotomie) en na verplaatsing de botjes te fixeren met een schroef. In geval van eventuele laksiteit van het basisgewrichtje van de teen door inscheuring van de kapsel, zal een herstel van de gewrichtskapsel en/of transfer van de buigpees van de teen uitgevoerd worden.

metatarsalgie 2 bewerkt

Postoperatief:
Vanaf de dag na de ingreep kan men stappen met een voorvoet ontlastende schoen gedurende 6 weken, waarna terug normaal schoeisel kan worden gedragen. Stramheid en zwelling zijn meestal verdwenen na 3 tot 6 maanden.

Morton neurinoma
Een Morton neurinoma is een locale zwelling van een gevoelszenuw van de tenen, gelocaliseerd tussen de middenvoet beentjes, ( meestal tussen 3 en 4) , als gevolg van klemming van de zenuw bij een doorzakking van het voorste voetgewelf of chronische locale irritatie.

De diagnose wordt gesteld door klinisch onderzoek, eventueel aangevuld met echografie en/of NMR.

morton neurinoma 1          morton neurinoma 2 bewerkt

De behandeling bestaat in het dragen van een maatsteunzool met ingewerkte voorvoet pad en een infiltratie rond de zenuw, welke kan herhaald worden.
Bij onvoldoende resultaat is heelkundig vrijmaken van de betreffende zenuw of meestal resectie van het neurinoma aangewezen.
De ingreep wordt uitgevoerd onder algemene verdoving in daghospitaal.

Postoperatief:
De dag na de ingreep kan men stappen op een voorvoet ontlastende schoen gedurende een 3 tal weken.
Een blijvend gevolg van de ingreep is een weinig storend verminderd gevoel in de betreffende tenen.

Quintus varus en bunionette
Een bunionette is een knobbel aan de buitenzijde van de voet door scheefstand van de kleine teen ( quintus varus), welke pijnlijk wordt door druk van de schoen.
De behandeling bestaat in het dragen van een aangepaste schoen met brede “ teendoos” in zacht materiaal en eventueel een maatsteunzool.
Bij onvoldoende resultaat is een heelkundige correctie van de scheefstand van de kleine teen aangewezen door gerichte zaagsneden te maken van de botjes van de “ 5e straal” en na verplaatsing te fixeren met een pin of schroef.

Postoperatief:
De dag na de ingreep kan men stappen met een voorvoet ontlastende schoen gedurende 4 tot 6 weken, waarna opnieuw normaal schoeisel kan worden gedragen.

quintus varus bunionette 1

Kinderen
Bij kinderen is een platvoet in de meeste gevallen pijnloos en soepel en corrigeert bij het op de tenen staan.
Soms gaat de platvoet gepaard met pijnklachten en kan te wijten zijn aan een zogenaamd surnumerair botje aan de binnenzijde van de voet ( prehallux syndroom) of een aangeboren verbinding tussen één of meer botjes van de achtervoet ( synostose), waarbij de achtervoet meestal stijf is en niet corrigeert bij teenstand.

platvoet kind 1platvoet kind 2

Wat betreft de behandeling is er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat in geval van een soepele pijnloze platvoet, het dragen van een maatsteunzool zinvol is. In geval van een pijnlijke platvoet kan het dragen van een maatsteunzool aangewezen zijn met verbetering van de pijnklachten.

In sommige gevallen van een pijnlijke stijve platvoet kan heelkundige behandeling aangewezen zijn met verwijderen van een surnumerair botje al of niet samengaand met correctie van de platvoet door middel van aanbrengen van een kleine prothese in de achtervoet ( arthroreisis), welke meestal na 6 tot 12 maanden terug wordt verwijderd, of het wegnemen van een aangeboren verbinding ( coalitie) tussen één of meer botjes van de achtervoet en soms samengaand met een verlenging van de achillespees.

platvoet kind 3

Postoperatief wordt afhankelijk van de uitgevoerde procedure 2 tot 6 weken gips-immobilisatie voorzien, gevolgd door actieve bewegingstherapie.

Volwassenen
Een pijnlijke  platvoet bij de volwassene kan een gevolg zijn van een aangeboren verbinding tussen één of meer botjes in de achter- of  middenvoet (coalitie of synostose), welke pas op volwassen leeftijd aanleiding geeft tot aanhoudende pijnklachten, soms na een banale “verstuiking”.

platvoet volwassene 1

Meer frequent is een pijnlijke platvoet bij de volwassene een gevolg van een ontsteking met eventueel scheur van de pees achter de binnenenkel ( tibialis posterior pees) al of niet samengaand met een uitrekking of inscheuring van een gewrichtsband en kapsel aan de binnenzijde van de voet ( springligament) , waarbij de voet progressief meer gaat “ doorzakken” met dan ook pijn onder buitenenkel als gevolg ( “ impingementpijn” ), hetgeen uiteindelijk kan leiden tot artrose van de gewrichtjes van de achter- en/of middenvoet,  met ook stijfheid als gevolg.

platvoet volwassene 2

De  behandeling bestaat in het dragen van een corrigerende maatsteunzool, of soms het tijdelijke dragen van een speciaal steunverband ( brace), of nog soms een orthopedische schoen eventueel samengaand met een locale gewrichtsinfiltratie en kinesitherapie.

Bij onvoldoende resultaat kan een  chirurgische behandeling aangewezen zijn, met herstel van het gescheurde ligament en pees en  versterking van de pees door gebruik te maken van de buigpees van de tenen, samengaand met een correctie van de stand van de voet door middel van een gerichte zaagsnede en standcorrectie ( osteotomie) van het hielbeen ( calcaneus medialisatie osteotomie en/of verlengingsosteotomie), en/of  een gerichte zaagsnede met standcorrectie van het middenvoetsbeentje ( cuneïforme osteotomie).

platvoet volwassene 3

In geval van artrose of ook bij een aangeboren verbinding tussen de botjes , kan het heelkundig vastzetten van één of meer gewrichten  van de achtervoet met correctie van de stand ( arthrodese) noodzakelijk zijn. Hierbij worden meestal botgreffen uit de heupkam genomen en ingebracht in de voet.

platvoet volwassene 4

Postoperatief wordt een 6 tal weken gipsimmobilisatie voorzien, gevolgd door het tijdelijk dragen van een enkel- en voetsteunverband en kinesitherapie.  Na een arthrodese operatie is 6 weken gipsimmobilisatie zonder steunname gevolgd door  6 weken gipsimmobilisatie in een loopgips noodzakelijk.

Holvoet
Bij een holvoet ( pes cavus) is er een verhoging van de mediale voetboog al of niet samengaand met een naar binnen staan van de hiel ( varusstand).

holvoet 1

Een holvoet kan soms een gevolg zijn van een onderliggende neurologische aandoening, welke steeds moet uitgesloten worden door verder onderzoek. ( bv de ziekte van Charcot-Marie-Tooth)
Door overdruk ter hoogte van de middenvoetbeentjes kan er pijnljke eeltvorming onstaan ter hoogte van de onderzijde van de voorvoet ( metatarsalgie), of de bovenzijde van zich ontwikkelde hamertenen .

holvoet 2   holvoet 3

Door het naar binnen staan van de hiel kan er ontsteking of eventueel scheur onstaan van de pezen aan de buitenzijde van de enkel of nog regelmatig optreden van verstuikingen met scheur en laksiteit van de banden van de buitenkel als gevolg.
Uiteindelijk kan de statiekafwijking door verkeerde belasting van de achtervoetgewrichten en de enkel aanleiding geven tot artrose van deze gewrichten met pijn en stijfheid als gevolg.
De behandeling bestaat in het dragen van een corrigerende maatsteunzool of soms orthopedische schoenen, silicone spacers of kousjes voor de pijnlijke hamertenen.

Bij onvoldoende resultaat kan chirurgische behandeling aangewezen zijn met correctie van de statiekafwijking bij middel van peestransplantaties en verlenging en/of gerichte zaagsneden met standcorrectie van de botjes van achter –en middenvoet ( Dwyer osteotomie – oprichtingsosteotomie) en/of verlenging van de Achillespees.

holvoet 4    holvoet 5

Daarnaast is heelkundige correctie van de hamertenen dikwijls noodzakelijk.en in geval van artrose soms het vastzetten van de gewrichten van de achtervoet (arthrodese).

Postoperatief is een 6 tal weken gipsimmobilisatie noodzakelijk gevolgd door het dragen van een brace of walking boot. Na een arthrodese operatie is 6 weken gipsimmobilisatie zonder steunname gevolgd door 6 weken gipsimmobilisatie in een loopgips noodzakelijk.

Fasciitis plantaris/hielspoor
Insertie tendinitis van de fascia plantaris is een inflammatie van de aanhechting van het peesblad van de voetzool ter hoogte van het hielbeen, tengevolge van micro-scheurtjes, waarbij soms een beenderig  “ hielspoor “ wordt gevormd op deze plaats, zichtbaar op radiografie.

fasciitis plantaris hielspoor 1                                                            fasciitis plantaris hielspoor 2

In de meeste gevallen treedt spontane genezing op na 6 tot 12 maanden.

De behandeling bestaat uit het dragen van een silicone hielpad of maatsteunzool met zachte hiel, eventueel aangevuld met een locale infiltratie, en vooral het dagelijks uitvoeren van “ excentrische” stretchoefeningen van het peesblad en de Achillespees, welke meestal ook verkort is.

fasciitis plantaris hielspoor 3                                  fasciitis plantaris hielspoor 4

Shockwave therapie geeft wisselende resultaten.

In uitzonderlijke gevallen is een chirurgische  behandeling geindikeerd . Deze zal bestaan in het losmaken van de aanhechting van het peesblad of het verlengen van de Achillespees of kuitspier ( M. Gastrocnemius)

Postoperatief kan men niet steunen op de hiel gedurende 3 tot 6 weken.

Enkelverstuikingen en enkelbandlaksiteit
Een enkelverstuiking of distortio is één van de meest voorkomende orthopedische traumata. Meestal treedt een rekking of inscheuring op, al of niet gedeeltelijk, van de buitenenkel ligamenten.

De behandeling van een acute verstuiking is bijna altijd niet chirurgisch en bestaat na het dragen van aan gipsspalk enkele dagen tot een week tot verdwijnen van de meeste zwelling en pijn, in het tijdelijk ( 3 tot 4 weken) dragen van een brace en kinesitherapie. Het volledig verdwijnen van de zwelling en pijnklachten kan 6 weken tot 3 maanden duren.

enkelverstuiking 1          enkelverstuiking 2

Bij aanhouden van klachten van pijn en/of instabiliteit is beeldvorming onderzoek aangewezen voor het uitsluiten van mogelijke kraakbeenletsels ( osteochondraal defect ) of weke delen inklemming ( impingement). De behandeling gebeurt met een kijkoperatie ( arthroscopie), waarbij hypertrofisch littekenweeefsel wordt weggenomen ( shaving) en/of kraakbeenletsels worden behandeld met beenmergstimulatie bij middel van “ microfracture “ techniek.

enkelverstuiking 3

Postoperatief wordt een gipsspalk aangelegd voor de duur van één week, waarna enkele weken partiële steunname op de voet en kinesitherapie. Volledige genezing tot hernemen van de sport kan 4 tot 6 maanden duren.

Bij onvoldoende resultaat kan een open behandeling met kraakbeentransplantatie uit de knie( mozaiekplastie) of aanbrengen van botgreffen en eventueel kunstkraak-beenlamel of metaalkapje, aangewezen zijn. Hierbij wordt een zaagsnede gemaakt van de binnenenkel, welke opnieuw wordt vastgemaakt met schroeven.

enkelverstuiking 4

Postoperatief is 4 tot 6 weken gipsimmobilisatie noodzakelijk, gevolgd door partiêle steunname en kinesitherapie. Sport kan worden hernomen na 8 tot 12 maanden.

De chirurgische behandeling van aanhoudende buitenenkel instabiliteit bestaat in het uitvoeren van een herstel en versteviging van de buitenenkel banden ( ligamen-toplastie), waarbij ofwel een deel van één van de pezen aan de buitenenkel wordt gebruikt ( Chrisman-Snook plastie) of een peesgreffe genomen langs een kleine incisie van 2 tal cm onder de knie ( gracilis of semitendinosus pees) of nog een pees van de weefselbank. ( gemodifieerde Bröström plastie)

enkelverstuiking 5                     enkelverstuiking 6

Postoperatief is 6 weken gipsimmobilisatie noodzakelijk, gevolgd door het dragen van een brace 4 tot 6 weken en kinesitherapie. Sport kan worden hernomen na 4 tot 6 maanden.

Enkelartrose
Artrose van het enkelgewricht is meestal het gevolg van een vroeger opgelopen enkelbreuk, of frekwente enkelverstuikingen en blijvende enkelbandlaksiteit met kraakbeenbeschadiging, “ wegzakking ” en afwijkende stand van de enkel en voet als gevolg.

De behandeling bestaat in het dragen van een maatsteunzool, soms orthopedische schoenen en infiltraties met een hyaluronzuurderivaat.

Bij onvoldoende resultaat is chirurgische behandeling aangewezen, welke soms kan bestaan in het uitvoeren van gerichte zaagsneden( osteotomies) juist boven de enkel ( supramalleolair) of in het hielbeen en/of de voetbeentjes met correctie van de afwijkende stand.

enkelartrose 1

Frekwenter moet bij gevorderde enkelartrose overgegaan worden tot het vastzetten van het enkelgewricht ( arthrodese) al of niet samen met het onderste spronggewricht. Dit kan in sommige gevallen met een kijkoperatie ( arthroscopisch) waarbij gebruik gemaakt wordt van percutaan ingebrachte schroeven of via een open ingreep, waarbij gebruik gemaakt wordt van schroeven en/of platen of nog een mergnagel ingebracht langs de hiel.

enkelartrose 2 bewerkt                  Hindfoot Arthrodesis Nail - EX

In bepaalde gevallen bij oudere patiënten kan het plaatsen van een enkelprothese aangewezen zijn, met als voordeel het behouden van de beweeglijkheid van het enkelgewricht, doch met mogelijke loslating op middellange termijn als gevolg, waarna een revisie operatie of eventueel vastzetten van het enkelgewricht ( arthrodese), noodzakelijk is.

enkelartrose 4 bewerkt

Acute Achillespeesscheur
Een acute Achillespeesscheur treedt meestal op zonder voorafgaande klachten van pijn en ontsteking van de pees en wordt dikwijls niet herkend wegens weinig pijn en nog relatief goede functie zoals mogelijkheid tot gang op de tenen.

achillespeesscheur 1

De behandeling is soms niet heelkundig met gipsimmobilisatie met de enkel in spitsstand ( equinus) doch met een grotere kans op krachtvermindering en herruptuur, zodat meestal een heelkundige behandeling wordt uitgevoerd welke bestaat in een hechting van de pees al of niet met een versterkingsplastie, waarbij gebruik wordt gemaakt van de plantaris pees en /ofhet peesblad van de kuitspier of nog de buigpees van de grote teen (Flexor hallucis longus pees).

Postoperatief wordt een gipsspalk aangelegd met de enkel in spitsstand, en na enkele weken overgegaan tot immobilisatie in een “ walking boot “ met hiel wedges, met steunname op het been in de boot en actieve mobilisatieoefeningen uit de boot gedurende 8 tot 12 weken.

Hernemen van contactsporten kan na 8 tot 12 maanden, lopen na 3 tot 4 maanden

achillespeesscheur 2                                                       achillespeesinsertie 5

Achillespeestendinopathie
Achillespeesontsteking (tendinopathie) wordt gekenmerkt door pijn, activiteitsbeperking en locale zwelling 4 tot 6 cm boven de aanhechting, samenhangend met degeneratieve verschijnselen in de pees.

De graad van aantasting kan worden beoordeeld op NMR onderzoek.

achillespeestendinopathie 1

De behandeling bestaat uit rust, eccentrische stretchoefeningen, anti- inflammatoire medicatie, het dragen van een hielophoging en shockwave therapie. Soms kunnen injecties met bloedplaatjes of collagenasen geindikeerd zijn, doch met wisselend resultaat.

achillespeestendinopathie 2

Bij onvoldoende resultaat is een chirurgische behandeling aangewezen, welke afhankelijk van de graad van aantasting kan bestaan in een “ stripping” van het vlies rond de pees ( paratenon) excisie van degeneratief peesweefsel en/of versterkingsplastie met peesblad van de kuitspier of met de buigpees van de grote teen ( flexor hallucis longus pees) welke wordt vastgehecht aan het hielbeen bij middel van een schroef ( bio- interferentieschroef).

Postoperatief wordt een gipsspalk aangelegd voor de duur van 2 weken gevolgd door een “ walking boot “ 2 tot 6 weken en kinesitherapie.

Achillespees insertie tendinopathie
Een ontsteking ter hoogte van de aanhechting van de Achillespees aan de hiel gaat gepaard met pijn en zwelling van de achterzijde van de hiel, toenemend door wrijving en druk van de schoen en door activiteit.

De peesaandoening kan geassocieerd gaan met een uitstekend hielbeen ( Haglund exostose), radiografisch zichtbare calcificatie in de pees en een ontsteking van de slijmbeurs onder de huid of tussen de Achillespees en het hielbeen ( bursitis)

achillespeesinsertie 1

De graad van aantasting kan beoordeeld worden op NMR onderzoek.

achillespeesinsertie 2

De behandeling bestaat in het aanpassen van de activiteit , dragen van een schoen met zachte hielsteun en hiellift, fysiotherapie en anti-inflammatoire medicatie. Stretchoefeningen en shockwave therapie hebben minder resultaat dan bij een tendinopathie van de pees.

Bij onvoldoende resultaat is een chirurgische behandeling noodzakelijk. Dikwijls kan enkel het verwijderen van het uitstekend bot van het hielbeen ( Haglund exostose) noodzakelijk zijn. Dit kan gebeuren met een kijkoperatie ( arthroscopisch ) of via een kleine insnijding.

achillespeesinsertie 3

Soms is een uitgebreidere ingreep noodzakelijk, waarbij de peesaanhechting wordt losgemaakt , het degeneratief peesweefsel en eventuele calcificatie , alsook de ontstoken bursa en uitstekend bot van het hielbeen worden verwijderd en de pees terug wordt vastgehecht aan het bot met botankers. In de meest erge gevallen is een versterkingsplastie met de buigpees van de grote teen noodzakelijk.( flexor hallucis longus transfer).

achillespeesinsertie 4

Postoperatief wordt een gipsspalk aangelegd voor de duur van 2 weken, gevolgd door een walking boot voor de duur van 4 tot 6 weken en kinesitherapie.

achillespeesinsertie 5